Een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) beschrijft de risico’s die het werk voor de werknemers meebrengt. Deze risico’s vallen in drie groepen uiteen: algemene risico’s waaraan alle werknemers in de organisatie bloot staan; bijkomende risico’s voor sommige werknemers vanwege de aard van hun werk; en bijkomende risico’s voor bijzondere groepen werknemers, zoals jongeren, ouderen, zwangere, thuiswerkers, minder validen en werknemers die geen Nederlands spreken.

In artikel 5 van de Arbowet staat de algemene verplichting dat iedere werkgever een RI&E moet hebben, en in het Arbobesluit staan nadere voorschriften die in acht moeten worden genomen in de RI&E waar het gaat om specifieke groepen en onderwerpen.



De RI&E omschrijft gedetailleerd de gevaren en de maatregelen die zijn of worden genomen om de risico’s te beperken. Ook bevat de RI&E een lijst van arbeidsongevallen, waarop de aard van het ongeval en de ongevalsdatum vermeld staan. Alleen ongevallen die tot een verzuim hebben geleid hoeven op de lijst voor te komen.



In de RI&E worden maatregelen beschreven om de risico's te voorkómen of te beperken. Welke maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd gedurende het komende jaar (jaren) wordt beschreven in een plan van aanpak, waarin ook staat binnen welke termijn de maatregelen worden uitgevoerd. Zo vaak als dat nodig is, moet de RI&E en het plan van aanpak worden geactualiseerd.



De ondernemingsraad heeft over de RI&E-methodiek en het plan van aanpak een instemmingsrecht. Jaarlijks moet de werkgever schriftelijk rapporteren over de voortgang van het plan van aanpak. Over deze rapportage moet hij van te voren overleg hebben met de ondernemingsraad.